Schutterij spelen, wat doet dat met een klas?
Schutterij spelen, wat doet dat met een klas?
Wie in een schuttersfamilie geboren wordt, raakt spelenderwijs vertrouwd met tradities die van generatie op generatie worden doorgegeven. Het eigen lokaal met de schietbomen is voor veel schutterskinderen een tweede thuis en de plek waar vriendschappen net zo vanzelfsprekend zijn als familiebanden. En waar zelfs huwelijkspartners worden gevonden. De liefde voor de schutterij wordt vooral langs genetische lijnen doorgegeven.
Voor kinderen die niet van huis uit opgroeien in die wonderlijke wereld van buksen, uniformen, muziekkorpsen, optochten en wedstrijden, heeft de OLS Federatie in 2005 het Kinjer-OLS in het leven geroepen. Basisschoolleerlingen maken op speelse wijze kennis met de schutterswereld en transformeren in een heuse schuttersklas. Door de jeugd enthousiast te maken, hopen schutterijen de aanwas van nieuwe leden te stimuleren en de vergrijzing tegen te gaan. Jong geleerd oud gedaan, luidt een spreekwoord uit de zestiende eeuw. Maar werkt het vandaag de dag ook zo?
De harde cijfers wijzen voorlopig op een dalende trend aan leden. Deden er in 2010 nog 156 schutterijen uit Belgisch en Nederlands Limburg mee aan het OLS, in 2026 zijn dat er 132, net zoveel als vorig jaar. De oorzaak: een gebrek aan jonge aanwas in combinatie met een toenemende vergrijzing. De terugloop past in een bredere maatschappelijke trend waarin mensen zich minder snel langdurig binden aan traditionele verenigingen.
Bij de kinderen van Juf Noa uit groep 7 van De Achtbaan in Melick zit het met het enthousiasme voor de schutterij wel goed. Ze zijn al vanaf de start een half jaar geleden supertrots dat ze de eerste klas zijn van hun school die mee mag doen aan het Kinjer-OLS. ‘Dit maak je maar één keer in je leven mee’, zegt de elfjarige Sten Heldens. De jonge schutter legt uit dat de onderlinge band in de klas al goed was, maar door het Kinjer-OLS nog sterker is geworden. Volgens vaandeldrager Esmee Fehlau (10) komt dat door het samenwerken bij het maken van de kostuums, vlaggen, geweren, trommels en het samen marcheren. ‘Als iets niet goed gaat, lossen we het samen op’, zegt Esmee, die haar eigen vlag maakte. ‘Ik heb daardoor meer zelfvertrouwen gekregen.’
Isa Lemmens (11) is een van de vier marketentsters, een rol die ze omschrijft als ‘een sjieke madam, maar net niet de koningin’. Ook Isa benadrukt dat iedereen al goed met elkaar kon opschieten. ‘Dit is wel het grootste wat we ooit hebben gedaan’ zegt Isa. ‘We zijn als klas een soort puzzel en ieder heeft zijn eigen stukje. Samen klikken we goed in elkaar. Ik voel me vereerd dat ik dit mag doen met de hele groep.’
Dat de saamhorigheid sterker is geworden, is ook Noa Smans (25) opgevallen. ‘Ik denk dat het OLS ze als groep op sociaal gebied sterker heeft gemaakt’, zegt de juf. ‘Ze willen het voor elkaar heel goed doen zodat ze een geheel vormen en er samen goed uitzien. Ze helpen elkaar vaker.’
Hulp kreeg de groep ook bij het knutselen (van ouders), het trommelen en marcheren (van de harmonie) en het schieten (van de schutterij). In de klas leerden de kinderen via filmpjes over de geschiedenis van de schutterij en over de verschillende rollen bij het OLS. Juf Noa vertelt dat sommigen door een loting niet hun voorkeursrol kregen en legt uit waarom de teleurstelling daarover snel verdween. ‘Ze kenden het verenigingsgevoel niet. Nu zien ze: iedere rol is nodig, want we kunnen niet zonder elkaar. Ze voelen zich nu echt een schutterij.’
Zowel Sten, Isa als Esmee begrijpen dat een schutterij alleen kan blijven bestaan als er nieuwe leden bij komen. Zien ze zichzelf later lid worden? Sten: ‘Ik zou het wel vet vinden om eens het echte OLS als schutter mee te maken, op mijn dertigste of zo.’ Ook Isa denkt later wel lid te willen worden, maar pas na haar achttiende. ‘Ik zie alleen maar oudere mannen en vrouwen met grijs haar en dan kom ik daar als jong blondje… je moet je er wel een beetje thuis kunnen voelen.’
Ook juf Noa kan zich voorstellen dat het lastig is voor de schutterijen om nieuwe jonge leden te werven. Als negenjarige in groep vijf deed ze in 2009 ook mee aan het Kinjer-OLS. ‘Ik voelde me als in een leger. Het was imponerend. Ik dacht: wat overkomt me hier? Het was vooral leuk en heel gezellig.’ Toch overwoog ze later niet om lid te worden. Dat het enthousiasme niet beklijft komt volgens haar door de kloof tussen kinderen op de lagere en middelbare school. ‘Nu vinden ze het allemaal superleuk, maar later willen ze uit kunnen gaan en sporten en liever niet teveel verplichtingen hebben.’
Voorlopig reikt de horizon van de klas van juf Noa niet verder dan de grote dag op vrijdag 26 juni. Sten, Isa en Esmee kijken het meest uit naar de optocht. ‘Ik denk dat ik de nacht ervoor niet kan slapen’, zegt Sten. ‘Ik kan ermee pronken op de socials’, zegt Esmee. ‘En onze yell is geweldig’, roept Isa uit, waarna ze ‘m samen nog een keer oefenen. ‘Samen sterkvanoet ós hert!’